Effecten op omgeving

Wat betekent de railterminal voor de omgeving?

We zorgen er uiteraard voor dat de nadelige effecten van de railterminal binnen de wettelijke grenzen blijven. Daar waar nodig nemen we extra maatregelen. Toch zijn gevolgen voor omwonenden niet helemaal te voorkomen. Zo steken de kranen en lichtmasten vanuit bepaalde posities boven de begroeiing van de grondwallen uit. En ook het geluid van de vrachtwagens en bijvoorbeeld de kranen is in zekere mate hoorbaar. In het inpassingsplan toetsen we of dit is toegestaan binnen de wettelijke grenzen. Daarvoor is grondig onderzoek verricht, bijvoorbeeld op het gebied van licht en geluid. Alle onderzoeken worden met het ontwerp-inpassingsplan medio 2020 ter inzage gelegd. Na vaststelling van het inpassingsplan moet de toekomstige exploitant ook nog een omgevingsvergunning aanvragen, waarin specifieke voorwaarden voor de bedrijfsvoering worden vastgelegd. 

Wat zijn aandachtspunten?

Klik hier voor een overzicht van de belangrijkste effecten. 

Verkeer

De railterminal zorgt per dag voor ca. 350 vrachtwagenritten van en naar de terminal. Ter vergelijking: op bedrijventerrein Park15 zijn 15.000 ritten per dag. Door ontwikkelingen van bedrijventerreinen en woningbouw in de Waalsprong verdubbelt in de toekomst het verkeersaanbod rond afslag 38 van de A15. De provincie en gemeenten Overbetuwe en Nijmegen maken samen met het Rijk afspraken hoe ze het verkeer in de toekomst in goede banen kunnen leiden.

Geluid

Het onderzoek voor geluid laat zien dat nergens de maximale geluidsnorm overschreden wordt. Toch nemen we maatregelen, zoals de aanleg van grondwallen. We streven naar het elektrisch maken van zoveel mogelijk materieel op de railterminal, omdat dit bijdraagt aan duurzaamheid. Ook wordt zo de omgeving zo min mogelijk belast. Zo is het de bedoeling dat de treinen ‘zeilend’ binnenkomen op de railterminal. Dit betekent dat de elektrische treinen op eigen energie de terminal oprijden en met de elektrische bovenleiding weer vanaf de terminal kunnen wegrijden. Diesellocomotieven zijn dan grotendeels overbodig.

Zicht

Het realiseren van de railterminal heeft een effect op het landschap en daarmee ook op het uitzicht. Zo zijn kranen en lichtmasten zichtbaar. Met het plaatsen van grondwallen en bomenhagen passen we deze zo goed mogelijk in het landschap in of schermen we deze af. Hiervoor is een landschapsplan gemaakt dat onderdeel uitmaakt van het ontwerp-inpassingsplan. 

Milieu – stikstof

Op 12 november 2019 besloten Gedeputeerde Staten de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen voor de RTG. De RTG zorgt namelijk voor een geringe stikstofneerslag op natuurgebieden in de buurt. Door het vervallen van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) moeten wij de effecten van deze stikstofneerslag beoordelen in een zogenaamde ‘passende beoordeling’. Bij een passende beoordeling moeten we een m.e.r.-procedure doorlopen. Het milieueffectrapport dat we hiervoor opstellen, nemen Gedeputeerde Staten samen met de passende beoordeling mee in de besluitvorming over het inpassingsplan. Voor dit milieueffectrapport nemen we de milieueffectenstudie die we in 2017 maakten als basis.