3. Wat zijn de grootste verschillen met IP 2019?

1. Uitwerking van het voorkeursalternatief uit de MER
Omdat voor de RTG een m.e.r.-procedure is doorlopen heeft Gedeputeerde Staten een voorkeursalternatief gekozen. Voor het milieueffectrapport is de milieueffectenstudie die in 2017 is gemaakt de basis, waarop het ontwerp-inpassingsplan uit 2019 was gebaseerd. Het voorkeursalternatief is dan ook gelijk aan het alternatief van het ontwerp-inpassingsplan uit 2019. 

2. Geactualiseerde en/of toegevoegde onderzoeken 

  • Het akoestisch onderzoek is geactualiseerd: geluidsmetingen van piekgeluiden zijn toegevoegd en de belasting in Slijk-Ewijk is in kaart gebracht, op uitdrukkelijk verzoek van gemeente en inwoners.
  • Onderzoek externe veiligheid: de flexibiliteit in de bedrijfsvoering en stapelhoogte van containers zijn afgestemd op het ontwerp-inpassingsplan, de toetsing aan gewijzigd gemeentelijk beleid is toegevoegd en kwantitatieve risicoanalyses zijn opgenomen.  
  • Ecologisch onderzoek: voor het verkrijgen van zicht op ontheffing soorten op grond van de Wet natuurbescherming is ‘jaarrond’ onderzoek gedaan door een onafhankelijk bureau. Dit vormt de basis voor een zogenoemd activiteitenplan, dat bij de aanvraag is gevoegd en de benodigde beschermende maatregelen beschrijft. Voor de ontwerp-vergunning gebiedenbescherming op grond van de Wet natuurbescherming is een compensatiestrategie opgesteld. Deze maakt onderdeel uit van de aanvraag. Het volledig uitgewerkte compensatieplan volgt in het definitieve besluit.
  • Trillingenonderzoek: hierin wordt geconcludeerd dat hinder van toekomstige vrachtwagentransporten niet aannemelijk is en het risico op schade door trillingen aanvaardbaar klein.
  • De Watertoets is geactualiseerd en er zijn nieuwe tekeningen gemaakt na afstemming met het waterschap en wijzigingen in het ontwerp.
  • Het Landschapsplan is geactualiseerd in verband met het wijzigingen van het ontwerp, wensen van leidingbeheerders en de mogelijkheid om zonnepanelen op de grondwal te plaatsen.
  • Lichtplan van de ontsluitingsweg is toegevoegd. 
  • Actualisatie van de Rapportage Potentie Railterminal Gelderland: het hoofddoel van deze rapportage is het actualiseren van de kwantitatieve en kwalitatieve potentie van de terminal en het in beeld van brengen van de (wegvervoer)routes van en naar de RTG.
  • Actualisatie Rapportage Toets Ladder voor Duurzame verstedelijking Railterminal Gelderland: hierin is mede aan de hand van de nieuwe Panteia-rapportage getoetst of het voorgenomen inpassingsplan voldoet aan duurzaam en zorgvuldig ruimtegebruik. Aangetoond wordt dat er behoefte is aan de ontwikkeling en dat deze niet binnen bestaand stedelijk gebied in te passen is.
  • Actualisatie Capaciteitsanalyse Railterminal Gelderland: deze toetst of binnen de grenzen en gefaseerde bedrijfsvoering zoals opgenomen in het ontwer- inpassingsplan de noodzakelijke voorzieningen kunnen worden gerealiseerd. 

3. Gewijzigd ontwerp: rotonde eruit
Het ontwerp dat ten grondslag ligt aan het herziene ontwerp-inpassingsplan kent een aantal wijzigingen. De belangrijkste is dat de toerit vanaf de ontsluitingsweg naar de terminal niet meer bestaat uit een rotonde. In plaats daarvan is een reguliere toe- en afrit ontworpen. Hierdoor is een potentieel onveilige keervoorziening weggenomen en wordt doorgaand verkeer niet onnodig belemmerd.

4. Wijzigingen plankaart/verbeelding

  • De plangrens aan de westzijde van de terminal is minimaal gewijzigd. Een inham bij het waterbassin is rechtgetrokken, voor de bestemming Groen.
  • Binnen de bestemming Groen is het mogelijk dat op specifieke plekken zonnepanelen kunnen komen. Deze toevoeging is bestuurlijk afgestemd met de gemeente Overbetuwe. De landschappelijke inpassing is beschreven in het vernieuwde inpassingsplan en de ecologische aspecten zijn meegenomen in het Activiteitenplan. 
  • De aanduiding veiligheidszone-bevi wordt aangepast op basis van de nieuwe versie van het rekenprogramma. Dit betekent dat de veiligheidszone kleiner wordt.  

5. Regels

In de begripsomschrijvingen: 

  • Het begrip nevenactiviteiten is beter omschreven, zodat duidelijk wordt dat deze ondergeschikt zijn aan de hoofdactiviteit. Met deze koppeling kunnen ook nevenactiviteiten als schoonmaak- en reparatiewerkzaamheden op de terminal worden toegelaten, mits deze niet maatgevend zijn voor de milieubelasting. Tanken en brandstofopslag zijn in dit verband expliciet uitgesloten.
  • Het begrip laadeenheden is aangepast; deze hoeven niet per definitie stapelbaar te zijn (bijvoorbeeld trailers).
  • Er zijn begrippen opgenomen om eventueel zonnepanelen te kunnen plaatsen. 

In de planregels:

  • In de specifieke gebruiksregels van de bestemming Bedrijf-Railterminal was al vastgelegd dat boven 30.000 laadeenheden overgegaan moet worden op elektrisch materieel, zoals portaalkranen. Hierin is de nuance aangebracht, dat boven die grens nog ondersteunende werkzaamheden mogen worden uitgevoerd met fossiele brandstof aangedreven materieel, zoals een reachstacker en een empty handler.
  • Voor de kruising Rijksweg Zuid is er een mogelijkheid opgenomen om het fietspad op hoogte aan te leggen als de gemeente dit wenst. Het realiseren van een fietsviaduct past op zichzelf binnen de voor de kruising geldende verkeersbestemming.
  • De regels voor gasleidingen zijn in overeenstemming gebracht met de wensen van Gasunie, met instemming van de gemeente.
  • De aanlegvergunningplicht komt te vervallen, tenzij het werkzaamheden betreft onder hoogspanningsleidingen.